(2) H Hartschool

De  H. Hartschool
 
 
 
 
 
 
De lagere school is het belangrijkste instituut dat 8 jaar en 3 maanden werd bezocht.
De toevallige overeenkomst met de schoolduur, is dat ik op dit moment even zoveel maanden A.O.W. geniet.
Bijna 100 maanden naar school op Groenendijk, zonder 1 dag verzuim. Dat levert ongeveer 1700 dagen op. Tweemaal per dag werd op klompen en in korte broek, vanaf Cloosterstraat 15, naar school gelopen.
Per dag ongeveer 5 km. Dat is dan totaal 8.500 kilometer.
 
Zomer en winter liep ik met een korte broek. Ik wilde niet in een lange broek lopen. Niet met een gewone lange broek en ook niet met zo’n ribfluwelen drollenvanger, waar ik een afschuwelijke hekel aan had. Als je daar mee liep, produceerde die een zwiepend  ”piep” -piep” geluid tussen je benen. Dat wilde ik niet.  
Liep je in een lange broek naar school dan was je bovendien een grôôtsigen donder”.
Het op één na oudste document wat ik van mij zelf bezit is een rapport uit 1953 van de H. Hartschool , Groenendijk 36, te Hontenisse. Het is ondertekend door onderwijzer en waarnemend Hoofd der school, meester E. Neve. (Eduard)
Meester Schelfhout, die ”de kale” genoemd  werd,  was toen al ernstig ziek, waarvan ik geen benul had.
Onderaan op het rapport staat een tekst, gericht aan ouders en/of verzorgers:    
“Zorgt er voor, dat Uw kinderen steeds behoorlijk gewassen en gekamd naar school komen”. 
Dat zal dus niet voor niets zijn geweest….
 
Niet iedereen schopte het tot de 6e, 7e of 8e klas. Aan jongens, begiftigd met een minder verstand, werd  geen extra aandacht  besteed. Zij verlieten de school op hun 14e verjaardag en waren soms niet verder gekomen dan de  4e of 5e klas.
 
Velen studeerden na de zesde klas door, om op de Ambachtschool in Hulst een vak te gaan leren, zoals timmerman, elektricien, smid, bankwerker, wever of fietsenmaker.
Sommigen gingen naar de MULO in Terneuzen. Een enkeling zelfs naar de HBS, in Hulst.
Doorleren, was er voor mij niet bij. Mijn oudste broer zat al op de MULO  wat een vermogen kostte aan een busabonnement. Ik was voorbestemd om naar de drukkerij van Jack Duerinck te gaan twee huizen verder, op nr.19 in de Cloosterstraat.
De onderwijzeressen en onderwijzers wil ik hier postuum hulde brengen aan hetgeen ze mij hebben getracht bij te brengen. Het heeft toch de basis gelegd van wat er uiteindelijk van  deze ”auteur” geworden is.     Na nog vele jaren achter, of liever gezegd, vóór de boeken te hebben gezeten naast een volle baan, is het toch nog helemaal goed gekomen.
Ik realiseer mij wel de tijdsomstandigheden, en de kansen die werden geboden, daarbij een handje geholpen hebben.
Juffrouw de Rijk : (”de bok”, klas 1.)
 U was geen scheerklant van mijn vader. Toch stond U altijd gladjes voor de klas. Je hebt mij de eerste letter leren schrijven met een griffel op een kapotte ”laaj”. Het was de letter ”i”…..              
Monotoon zong je hierbij: ”op – neer – op – punt”.  Ik ben er ver mee gekomen.
Juffrouw van Laere:  (klas 2 en 3)
U leerde mij de beginselen van rekenen en taal. Je kon wel eens driftig uit je slof schieten. Het wordt u hierbij vergeven.
 
Meester Neve : (klas 4)
 Als ik vroeg om een nieuw schrift, omdat het oude vol was zei U: ”Dat is beter dan je broek, pak maar gauw een nieuw uit de kast!”  Voor een taaloefening of dictee, kreeg ik altijd twee punten:  één voor de oefening, en één voor het schrijven. Je blijkt mij daar goed voor te hebben beloond staat op mijn rapport.
De tafels en deelsommen werden bij U geleerd en ook werden al zwakke en sterke werkwoorden onderricht met het bijvoeglijk naamwoord en het voltooid deelwoord. Het voltooid deelwoord van zweefvliegen, was nog wat te hoog gegrepen.
 
Meester Kuijpers : (klas 5)                                                                   
U bracht mij het metrieke stelsel, bestaande uit gewicht , lengte en oppervlaktematen bij.                                   was een ”kei” in natuurkunde. U was een van de pioniers bij de oprichting van de Lagere Landbouwschool, waar u naar toe vertrok. U hield mij voor om niet te roken omdat dit ongezond was. Bij uw afscheid werd ondermeer gezongen:
 
 
”Als wij kwamen aangedragen - met beesten om de naam te vragen -  het was meester Kuijpers, die ’t altijd wist - hij heeft zich daarin nooit vergist!”  ”varia, varia, varia” enz.
 
Meester Eggermont:  (klas 6)
 
” Do-do- ré-mi-mi-la-sol- sol- la- mi- sol- sol- la--sol-sol-la -mi- mi-      re- do”.     
 Muzikaal ben ik er niet van geworden, maar ken de melodie nog wel.                                         
Ook werd een  zuid Congolees lieuid Congolees liedje werdst” ist!                                                                                  dje  aangeleerd, genaamd ”Laybona”. Ook dit is in het geheugen blijven hangen.                  
Uw bijnaam ”Jo Noot” heeft u hieraan te danken. 
Op vrijdagmiddag las u voor uit eigen werk. ( De vuurduivel)
 
Meester  Fassaert.                                                                                                                    
U stond altijd keurig gekleed met een bruin pak voor de klas. U droeg een donkere bril en vond u een vriendelijke man. U gaf ”wedstrijdje” in hoofdrekenen en in het maken van ”breuken”.
 
Meester Schelfhout :
U was het Hoofd van de school.  U leerde ons het Notre Père qui es aux Cieux. Daarnaast gaf u ook tekenles en zingen.
Met de verantwoording voor zoveel kinderen en het onderwijzend personeel, zult U het met de nog sluimerende ongeneeslijke ziekte, moeilijker hebben gehad, dan wij ons realiseerden.
 
 
 Hulde voor al het onderwijzend personeel!