H Hart jongensschool Groenedijk. Deel 1

In mijn kindertijd woonde er op de hoek van de Cloosterstraat nummer 1 en de Hulsterweg in Kloosterzande grossier P. Fassaert. De grauw gepleisterde gevel van het woongedeelte van het huis stond in de Cloosterstraat. Om de hoek, de Hulsterweg, stond de kruidenierswinkel “van Fassaert”, die door dochter José werd “gedaan”. De toegangsdeur van de grutterswinkel was te bereiken door het betreden van twee arduinen stoeptreden. In het verlengde van de winkel stond het pakhuis dat werd gescheiden door een toegangspoort. Door de poort in te gaan werd een binnenplaats bereikt die geplaveid was met een fors formaat kasseien.                                                     

In de baomes van het jaar 1838 reist mr. Henricus Wijnbeek, hoofdinspecteur van het onderwijs in Nederland, door Zeeland. In opdracht van de minister van Binnenlandse Zaken worden door Wijnbeek er de openbare onderwijsinstellingen geïnspecteerd. Van een diligencedienst  worden een koets en een span paarden gehuurd. De koetsier van de aanspanning is zijn begeleider, een schoolopziener. Zittend op de bok voert de diligence het tweetal schokkend en krakend door de streek over kasseistroken, macadamwegen en door eindeloze dreven en karrensporen.

               

                                               Diligence met span paarden

Tijdens hun inspecties verblijft van Wijnbeek en zijn schoolopziener in verschillende logementen. Op een dag wordt er ook een bezoek gebracht aan Oost-Zeeuws- Vlaanderen. Ter hoogte van het kruispunt Hulsterweg en de Molenstraat in Kloosterzande wordt halt gehouden om  vervolgens de toegangspoort van de plaatselijke school in te rijden. Op de binnenplaats worden de paarden afgespannen en verzorgd waarna een inspectiebezoek volgt aan de onderwijsinstelling. In zijn verslagen over het bezoek meldt hoofdinspecteur Wijnbeek hierover:                                       

Kloosterzande.  “Ofschoon de gemeente Hontenisse enkel uit Roomschgezinden bestaat, zijn echter in dit dorp de onderwijzer en ondermeester van de Protestantsche godsdienst. De onder wijzer is er nogtans geacht. Ongemerkt heeft hij de spel- door de klankmethode doen vervangen. Daarbij maakt hij geen gebruik van de letterkast, maar de letters, die eene lettergreep moeten vormen, schrijft hij naar de regels der klankmethode met krijt op het zwarte bord en leert die naar dezelfde methode uitspreken. Hij noemt het spellen. En nu zijn de eenvoudige boeren tevreden. Van de letterkas hebben zij een afkeer. Zij noemen het een tooverspel. Het lezen, schrijven en rekenen was voorts op vrij goeden voet. De gemeente Hontenisse heeft twee dorpen; Kloosterzande en Lamsweerde .”                                                                                                                           

In Zeeuws-Vlaanderen bezoekt Wijnbeek de scholen te Axel, Graauw, Hengstdijk, Lamsweerde, Hulst, Hoek,Ter Neuze, Overslag, Sas van Gent, Sint Jans Steen, Westdorpe, Zaamslag, en Zuiddorpe. Daarvan meldt hij  in zijn inspectierapporten:

“Er zijn 19 scholen in dit district; 14 derzelve zijn door mij bezocht. De meeste lokalen zijn te klein. Eenige echter zijn wel niet fraai, maar toch vrij goed. Sommige zijn er slecht. Het onderwijs is, zoals uit het even gezegde is op te maken, in de meeste achterlijk, vooral bij vergelijking met de scholen der overige districten. Er is eene school, die tot model zou kunnen dienen, hoog noodig”                                                                                                                                                                                                                                                                        

Lamsweerde. “Hier zijn onderwijzer en ondermeester Roomsch. De eerste is bejaard en weinig geschikt. De laatste doet zijn werk vrij goed, doch hij moet, naar den zin van den hoofdonderwijzer, de spelmethode aanhouden, waarvan zich de nadeelige invloed op den leestoon deed opmerken. De ondermeester onderwees verder het ontleden van volzinnen en de aardrijkskunde van Zeeland.”                                                

“Te Hengstdijk zijn schoollokaal en schoolmeubelen in slechten staat. De tegenzin tegen de klankmethode heeft de onderwijzer langzamerhand overwonnen. Doch alleen door de spelmethode er bij te behouden. Het onderwijs is er overigens vrij goed. Hij en de burgemeester zijn de eenige Roomschen in deze gemeente”.

Sint Jans Steen. “Hetwelk nog nader aan de Oostvlaamsche grenzen gelegen is, merkte ik zulks aan de geheeld uitspraak. De gansche gemeente is Roomsch; de onderwijzer dus ook. Bij de kleinen spelt hij voor; zij spellen hem na. Het zangerige van dat spellen blijft den kinderen bij in het lezen. Daarbij werd op de scheid-teekens geen acht gegeven. Van taalkunde was hier de rede niet. Ook niet van het zingen. Maar van de schrijfkunst werd veel werk gemaakt. De omgang van den onderwijzer met zijne kinderen was regt vaderlijk. Er waren hier eenige kinderen uit Oostvlaanderen ter school”.                                                                                     

Van zijn inspectiebezoek aan Zeeuws-Vlaanderen schrijft  mr.Wijnbeek op 6 februari 1839 een brief aan de minister van Binnenlandse Zaken en meldt  aan zijne Excellentie:
1. Het ongebruikt laten der gelden voor schoolprijzen, verleend te Aardenburg;
2. Het niet geregeld schoolhouden van den onderwijzer te St. Kruis en diens  verdacht zedelijk gedrag;                             
3. De onbetamelijke strengheid van den onderwijzer te Hulst in zijne school.

Twintig jaar later, in 1858, prijst schoolinspecteur F. van Deinse de plichtsgetrouwe, ijverige en brave onderwijzers van zijn district Zeeuws-Vlaanderen. In Oost-Zeeuws- Vlaanderen zijn er geen slechte scholen meer. Schoolmeesters met dikwijls meer dan 70 leerlingen hebben hun handen meer dan vol. In Oost-Zeeuws-Vlaanderen daalt het aantallen leerlingen sterk doordat kinderen op het land moeten werken tijdens de zomermaanden.

De inspecties hebben effect. In 1863 staat er in een verslag van de Gedeputeerde Staten van Zeeland dat voor de gemeente Hontenisse een bedrag van f 6930 aan subsidieën wordt verleend voor het bouwen van vier scholen met woningen. De koopkracht van dat bedrag bedroeg in 2013  € 738.045.De gemeente Hontenisse  bestond toen uit de plaatsen Kloosterzande, Lamswaarde, Terhole met hun buurtschappen.

Twee jaar later, op 21 januari 1865 bericht De Nieuwe Rotterdamsche Courant het volgende:                                            

HONTENISSE  19 Januarij 1865. “Door het bestuur der gemeente Hontenisse werd den 18e dezer, onder nadere goedkeuring van Gedeputeerde Staten, in tegenwoordigheid van een lid van dat college en van den ingenieur van dat district, herbesteed het bouwen van vier schoollocalen met onderwijzerswoningen. Het eerste perceel, school en onderwijzerswoning te Kloostersande, werd gemijnd door Jacs. Du Bois te Hontenisse voor f 13.600-, het tweede, school en onderwijzerswoning te Lamswaarde, door J. Freijser aldaar voor f 10.000-, het derde, school en onderwijzerswoning te Noordstraat, door Jacs. Du Bois te Hontenisse, voor 6950-, het vierde, school en onderwijzerswoning Molenhoek Terhole, door Chr. Bleijenberg te St. Jan Steen voor f 7900-”.                                                                                         

Herbesteding, het opnieuw openbaar aanbesteden van uit te voeren werk kwam regelmatig voor, omdat een opdrachtgever er voor koos om bijvoorbeeld goedkopere materialen te gebruiken dan er oorspronkelijk in het bestek waren opgenomen. Hierdoor hield de opdrachtgever vanzelfsprekend meer geld over dan was begroot. De bouw voor de vier scholen werd voor totaal f 38.450- gemijnd , wat in 2013 een koopkracht van  € 409.350 was. De poldermannen die de toenmalige gemeenteraad van Hontenisse van advies dienden kunnen enige boerenslimheid niet ontzegd worden. De gemeente hield een flinke zak met geld over door het opnieuw aanbesteden van de scholen. Met het voornemen ook een burgemeesterswoning te bouwen aan het  Hof te Zandeplein, die in 1868 bij zijn aanstelling werd betrokken door Hendrik  A. A. baron Collot d'Escury, lijkt het met de kennis van nu dat ze het in Hontenisse goed voorzien hadden…                                                                                                   Enkele maanden later, op 26 mei 1863, verschijnt er in de Middelburgsche Courant  een bericht over de toekomstige personele bezetting van de scholen in de Noordstraat en die van Terhole.                                                                                                                                                          

“Bij het den 22 dezer te Hontenisse gehouden vergelijkend examen, voor de beide nieuw op te rigten scholen in de buurten Noordstraat en Terhole, waren opgekomen zes sollicitanten. Uit deze zijn onmiddellijk na afloop van het examen door den gemeenteraad benoemd de heer Schouten van Meerkerk voor de Noordstraat en de heer Rademakers van Hontenisse voor Terhole

In 1865 worden die vier scholen in de gemeente Hontenisse opgeleverd en in gebruik genomen. Een ingemetselde gevelsteen van de school in de Noordstraat te Walsoorden, met hierin de namen van het gemeentebestuur herinnert hier aan.

                               

De toenmalige burgemeester van Hontenisse, Judocus Sergeant, bewoner en eigenaar van het landgoed Lettenburg  aan de Vogeldijk te Kuitaart, zou een jaar na het plaatsen van de gevelsteen komen te overlijden.                                                                               

De school in de Noordstraat, toen ook wel de Noordhoek genoemd,wordt bezocht door jongens en meisjes van verschillende kerkgenootschappen. Per 1 november 1883 wordt Victor Borm tot nieuw schoolhoofd  benoemd. Hij is afkomstig van Koewacht. Het pand wordt thans bewoond door de negenenzestig jarige Marcel van Kampen die er werd geboren en opgroeide. (nov. 2015).                                                                     

Op 1 januari 1901 werd de Leerplichtwet ingevoerd die verplichtte dat alle kinderen van 6 tot 12 jaar naar een school moesten voor het volgen van onderwijs. Hiermee kwam ook een einde aan de kinderarbeid voor kinderen van 6 tot12 jaar die werkten in de huishouding en veldarbeid op het land verrichtten. Niet alleen in de verre omgeving van Kloosterzande maar in geheel Nederland was hiervan op grote schaal sprake. (In 1874 werd kinderarbeid in fabrieken, bij het Kinderwetje van Houten al verboden). In datzelfde jaar heeft de nieuwe schoolopziener uit  Middelburg veel kritiek op de kwaliteit van het onderwijs in Zeeland, vooral in Zeeuws -Vlaanderen. Hij betreurt dat veel onderwijzers die in de streek zijn geboren en opgeleid, “nimmer buiten Zeeuwsch Vlaanderen hebben rondgezien en geen kennis nemen van nieuwe ontwikkelingen”.                                                                                                                                                           

Na een lange politieke schoolstrijd wordt in 1917 artikel 23 van de Grondwet herzien. Het bijzonder onderwijs wordt door de overheid op dezelfde wijze gefinancierd  als het openbaar onderwijs. De financiële  achterstelling vormde tot 1917 voor ouders, verzorgers en schoolbesturen een zware last.


               .

      

Tekst:  “En hiermede verklaar ik het huwelijk tusschen het Bijzonder en het Openbaar Onderwijs gesloten”


Het lesgeven in de Noordstraat wordt in 1918 afgebouwd. De school sluit per 1 juni 1923 zijn deuren.


De openbare school in de Molenstraat/Cloosterstraat doet dienst tot 1970.                                                                                         Van deze school herinner ik mij de meesters Neeteson en Marien de Zwart.           


Toen de Grondwetsherziening  was aangenomen haakten besturen van kerkelijke en particuliere organisaties hierop in en stichtten in hoog tempo bijzondere scholen. Ook de Stichting Katholiek Onderwijs te Kloosterzande liet zich niet onbetuigd en speelde in op de wijziging die op 1 januari 1917 van kracht zou gaan. Een bericht van15 december 1916 uit de Middelburgsche Courant bevestigt het initiatief om een school op te richten te Groenendijk, Kloosterzande.  


“Door het R.K. Kerkbestuur van Groenendijk, Hontenisse, zal een bijzondere jongensschool worden opgericht; de aanbesteding zal in het begin van 1917 plaats vinden. Het voor den bouw bestemde terrein nabij de R.K. Kerk wordt reeds in orde gebracht”. Op 3 maart 1917 meldt de Nieuwe Zeeuwsche Courant:   

“ Het R.K. Parochiaal Kerkbestuur van Groenendijk zal een leening aangaan van       f 50.000, voor den bouw van eener R.K. school”.


De koopkracht hiervan bedraagt in 2013  € 845.000,- wat mij een bedrag lijkt waar de  bouwers het er goed voor konden doen.


De naam van de beminnelijke pastoor Adrianus Theuns, die in 1923  komt te overlijden, zou voor de historie verbonden blijven met de oprichting van de H. Hart jongensschool.

Ad Franken