(3) De postbode

Ik ben mijn tante Lucia dankbaar voor het destijds toegezonden pennenvruchtje, aan wie ik dit verhaal heb te danken
 
De postbode
Als je bij Walsoorden op de zeedijk staat, kan je bij helder weer, met het blote oog de schouw van de spiritusfabriek in Bergen op Zoom zien staan. 
Je hoeft  er niet voor op de teuten van je klompen te gaan staan.  Er ligt alleen een flinke plas met soms hinderlijk water tussen.   
In het aan de Oosterschelde gelegen stadje, woonde mijn lieve dikke tante Lucia. Zij was de oudste zus van mijn moeder en stamde uit een gezin van zestien kinderen. Ze woonde er ironisch genoeg, in de Rijkebuurtstraat en was zelf gezegend met een talrijke kroost, die ze met haar luide stem dwingend bestuurde. Zwarte armoe heeft het mens gekend, vooral in de laatste jaren van de oorlog. Op een koude wintermiddag zat ze in haar kotje te huilen omdat ze niets te eten had voor haar talrijke kinderen. Op dat ogenblik klopte er een postbode aan haar voordeur die een pakje bij zich had, gewikkeld in bruin pakpapier.
Nadat ze haar tranen had weggeveegd, werd het pakketje
geopend. Er zaten twee broden in die door mijn moeder zelf waren gebakken. Later werd verteld dat het brood zo lekker was dat het als cake gegeten werd met een kopje thee…..  
 
Op Klôôster en omstreken werd de post bezorgd door Ward Aarssen uit de Cloosterstraat. 
 Hij had een aanstelling bij de Post Telegraaf en Telefoondienst.
In die tijd gewoon de PTT.  Ward was altijd opgewekt en vriendelijk, en hij deed zijn werk meer dan goed.
In het crisisjaar 1937 werd er bij ons thuis het eerste kind geboren. Drie pond woog het schepsel en kreeg de ”schônen” naam Bernardus
Jack Duerinck, van de drukkerij,  die twee huizen verder woonde, had gezorgd dat het huis versierd werd met een wieg op het dak, waarvan een foto in het familiealbum nog getuigt.    
 
Mijn tante Lucia had het bericht gekregen dat haar  jongste zus in Kloosterzande moeder geworden was en wilde dit wonder wel eens komen aanschouwen.  “Bellen” of een telegram sturen, behoorde niet tot de mogelijkheden gezien haar omstandigheden.  Ze besloot daarom haar komst aan te kondigen door een briefkaartje te schrijven. Met kinderlijk, onhandig geschreven letters, meldde ze hierop de dag en datum van haar bezoek.  Nu het adres nog, waar ze geen enkel idee van had. Ze was er alleen van op de hoogte dat haar zus ergens op Klôôster woonde, en getrouwd was met Frans, die er het manvolk knipte. 
 
Op de gele briefkaart met voorgedrukte lijntjes, werd door haar het volgende gekrabbeld:
 
Aan: 
 
Frans en Coba 
”kapper”
Kloosterzande.
 
Niets méér maar ook niets minder.
 
Enkele weken na de geboorte stond mijn moeder voor de woning aan de straat met het door haar geschapene in haar armen.
Het was Ward die lachend en zwaaiend met de briefkaart  d tien kinderen. Ze woonde er,op mijn moeder kwam aangelopen en riep:    
”Hé Coba, ouw zuster uit Bergen op Zoom komt zondag naar diën kleinen van ulder kijken!”
Kijk, dat was toen nog eens een postbezorger in die tijd.! De kaart werd niet alleen bezorgd, maar de boodschap ook nog voorgelezen!
Kom daar tegenwoordig eens om!
Nalatige postbodes die hun brieven dumpen, verstoppen, verbranden of open maken zijn tegenwoordig geen uitzondering. Bovendien wordt alles maar gewoon in je brievenbus gemieterd en kijken ze nergens meer naar!   
De invoering van de postcode en alle reorganisaties bij de TNT Post, hebben op dat punt geen verbetering             gebracht!   
De taakopvatting en de services van Ward, waren  toen in elk geval vele malen beter dan tegenwoordig!