(6) Circuske spelen

Vrouw Pladet, (Elodie Zegers) had in de Cloosterstraat op nummer 21, een winkeltje. Met de spreuk:
” Hij is geen man, die niet roken kan”,
verkocht ze van ‘Virginia tobaccos’ gemaakte sigaretten. De doosjes Old- Mack, Players, Three Castles, Chief Whip, Lucky-Strike,
Miss Blanche, Roxy, en Hunter, zaten verpakt in voor de jeugd,aantrekkelijk ogende doosjes
Ook had ze sigaren in haar assortiment zoals Paladijn,Hofnar, Willem II, Ká-Vé-Wé, Velasques,
Ritmeester,en vanzelfsprekend de Senator reuze Bolknak, die door haar per stuk verkocht werden.
Wij spaarden de bandjes van de sigaren, die in een schriftje werden opgeplakt.
Ze had ook pakjes zwaren Dragon en luchten Sterling tabak van Theodores Niemeijer en van Van Nelle in haar assortiment,
waarbij tevens Rizzla en Mascotte bladjes behoorden om de sigaretjes mee te kunnen rollen. Ook nog pijpen, pruimtabak,
tabaksdozen enzovoort.
Als ze al eens iets zei was dat van: ‘azeu’, ‘allé’, en ‘awel’. In mijn oortjes klonk dat Bels.
Ze kwam dus oorspronkelijk niet van Klooster. (Assenede)
In mijn geest zag ze er altijd wat droevig en neerslachtig uit.
Dit kan te maken hebben gehad met haar leeftijd,maar het kan ook zijn dat ze zelf wel eens een zware pijp rookte.
Over haar hoog opgekamde zilveren haren, droeg ze een haarnetje. Da zal ze zeker schoon ebben gevonnen.
Twee gouden ringetjes sierden haar grote naakte oren. Ze was al lang weduwe, en had een brave zoon die pater was (Robert).       
Achter de drukkerij van Jack Duerinck stond een groot afdak, dat als fietsenstalling gebruikt werd door het personeel.
Als het regende bleef de boel een beetje droog. In de grote augustus vakantie behoorde die plek ook tot het speeldomein van ons al
grote mannen van een jaar of tien, elf. Het Circus Boltini met zijn driemaster tent, was net vertrokken van de waai van Co Zonne,
toen er iemand het briljante idee kreeg om ook eens circuske te gaan spelen. Dat was niet tegen dovemansoren gezegd.
We renden enthousiast naar huis toe om spullen bij elkaar te zoeken voor het circus. Bijna iedereen wilde clown spelen,
maar er moest natuurlijk een gevarieerder programma worden aangeboden.
Zo moest er ook een goochelaar en een echte acrobaat optreden.
In alle bescheidenheid en zonder op te scheppen, vertel ik u dat ik veruit de gladsten was van allemaal.
Ik zou wel eens wat kunstjes acrobatiek laten zien van de bovenste plank.
Ik kon mij namelijk opvouwen in een hoepel,op mijnen kop staan, en ook nog een vogelnestje maken aan de ringen.
Dat hield gelijk in dat de door mij vertoonde kunsten, tot de hoogtepunten van de voorstelling zouden gaan behoren.
Ik zou zogezegd de hoofdrol in het circus gaan vervullen.  
Om goed voorbereid te zijn werd er natuurlijk eerst geoefend. Ook moest er reclame gemaakt worden en
bekend gemaakt worden waar en hoe laat de voorstelling zou beginnen. En wat het zou gaan kosten vaneiges.
Er was al iemand bereid om de kassa te bedienen, die speciaal bij de ingang van het circus was ingericht.
Hiervoor werd het geldbakje uit de kapsalon van mijn vader gebruikt. Daar zat meestal toch niks in,
en kon dus wel een middagje gemist worden. 
Nu treden circusartiesten niet gratis op, dus dat waren wij ook niet van plan. En de hoofdartiest zoals ik, al helemaal niet.
We waren het er al gauw over eens dat het 1 cent zou gaan kosten om binnen te mogen komen, en dat er
twee voorstellingen gegeven zouden worden. In een echt circus ging dat namelijk ook altijd zo wisten we.
Toen alles geregeld was en iedereen wist wat hij moest doen in de arena, kon eindelijk de voorstelling beginnen.
Het publiek stroomde weliswaar niet massaal toe, maar met zeventien man waren we niet ontevreden.
Er was zelfs een moeder met een paar koters komen opdagen, wat nogal gewicht legde in het centenbakske.
Het eerste optreden liep toch nog niet zoals het had moeten zijn, want hier en daar had het wel wat beter gekund.
De goochelaar,die op een veilingkistje stond, had zijn stokje laten vallen bij het uitspreken van de toverspreuk hocus- pokus- pas.
Hierdoor moest hij de goocheltruck helemaal opnieuw doen.
Aan het einde van de voorstelling klonk er een matig applausje van het kinderpubliek,
waarvan ik dacht dat dit alleen voor mij was bestemd.
De door mij vertoonde kunsten waren namelijk allemaal goed gelukt.                                                                                       
Na de voorstelling werd er besproken wat nog verbeterd kon worden aan ons volgende optreden.
De puntjes moesten op de “i” gezet worden
om het optreden vlekkeloos te laten verlopen.                       
Die werd nu bezocht door zestien man wat ons nog niet tegenviel. Alle inspanningen waren dus niet voor
niets geweest.                                                                                     
Na ons optreden werd de inhoud van het centenbakje geteld. Dat ging nog niet in een keer goed ook,
want er waren enkele artiesten die er zich mee kwamen bemoeien. Uiteindelijk bleken het dan toch drieëndertig centjes te zijn.
Nu was er tevoren nog niet over gesproken, wat we met dat geld zouden gaan doen. Ik had de simpele gedachte dat dit onder elkaar
verdeeld zou worden, tot Paul Sarneel voorstelde om al dat geld naar Vrouw Pladet te brengen.
Paul had namelijk een Heeroom in Brazilië en hij wist ook te vertellen dat vrouw Pladet
een zoon had die als zendeling in Portugal werkte.
Zijn Heeroom was dus een collega van de missionaris in Portugal. Nu wist ik ook wel dat  missionarissen in het buitenland,
die er de mensen
tot het enige ware geloof brachten, altijd in behoeftige omstandigheden verkeerden. Maar dat het zó erg was, had ik wist ik niet.
Daarom was ik diep in mij hart erg teleurgesteld en het er ook helemaal niet mee eens.
Bovendien wist ik dat Portugal, na de verschijning van Maria in Fátima, een overwegend katholiek land was, en vroeg mij af
wat die zendeling daar dan in Godsnaam deed. Misschien maakte hij wel reclame voor de goeie sigaren van zijn moeder op Klooster.
Wie weet.                       
Maar vooruit. Een goed idee moet je belonen, hoewel ik er sterk tegen bleef. Uiteindelijk zijn we dan toch met onze verdiensten
naar het sigaretten winkeltje van vrouw Pladet toe gegaan.
Daar hebben we alle centjes, waar we zo hard voor hadden gewerkt, in een grote kristallen asbak gelegd, die er op de toonbank stond.
Het ”Hemels Visioen” van Paul werd ongetwijfeld ingegeven door zijn spiritualiteit, waar zijn geest toen ook al ruim voor open stond.
 
Paul is op 11 maart 2009 een schielijke dood gestorven. Ik weet zeker dat hij een plekje heeft gekregen ergens hoog in de Hemel,
waar door hem een plaatsje gereserveerd wordt voor alle circusartiesten.
Behalve voor mij natuurlijk. Dat spreekt vanzelf!