14. H. Hart jongensschool Groenendijk. Deel 2

14. H. Hart jongensschool Groenendijk. Deel 2 2018-11-29T13:34:06+01:00

Op 1 maart 1916 trouwt meester Schelfhout in Graauw en Langendam met Louisa Johanna Maria Kindt, geboren te Graauw. De jonge meester Schelfout staat als onderwijzer voor de klas op de Aloysius jongensschool te Sint Jansteen in de Molenstraat , wat nu de Brouwerijstraat is. Tijdens de bouw van de jongensschool    te Groenendijk solliciteert hij met succes op de vacature voor een schoolhoofd. Het jonge gezin heeft dan inmiddels een zoon Jos, van 1 jaar oud.

Op 4 oktober 1917 verschijnt in de Middelburgsche Courant het volgende nieuws:“Tot hoofd der school van de binnenkort te openen R.K. jongensschool te Groenendijk, gemeente Hontenisse, is benoemd dhr. Desiré Theodoor Schelfhout, onderwijzer met verplichte hoofdacte aan de R.K. jongensschool te Sint Jansteen”.

Ruim drie maanden later, op 29 januari 1918, bericht De Nieuwe Zeeuwsche Courant het volgende:

KLOOSTERZANDE.  ”De nieuwe R.K. bijzondere jongensschool alhier zal met April a.s. in gebruik worden genomen. Het personeel bestaat uit het hoofd, dhr. Desiré Theodoor Schelfhout, dhr. W. Borm onderwijzer met verplichte hoofdacte, dhr. A.    de Kort onderwijzer en mej. J. Weesepoel, onderwijzeres”.

Foto: ”Hontenisse in oude ansichten”

Meester de Kort staat als onderwijzer voor de klas van de r.-k. jongensschool te Heinkenszand, meester Borm verwisselt de school in Noordstraat met die van Groenendijk en juffrouw Weesepoel staat als onderwijzeres voor de klas te Hengstdijk.

Na inzegening door de bisschop van het bisdom Breda, monseigneur P. Hopmans, wordt de school in gebruik genomen. Aan deze plechtigheid wordt in de media nauwelijks aandacht besteed wat wellicht te maken heeft met toen nog heersende oorlogsomstandigheden.

Per 1 juni 1919 wordt meester Eduard Neve aangesteld en per 20 oktober 1920 juffrouw M. M. Kakebeeke. Zij is afkomstig van de school in de Noordstraat en woont op Walsoorden. Op 1 juni 1923 sluit de school in de Noordstraat er haar deuren. Er worden 36 kinderen met schriftelijke toestemming van hun ouders naar de r.-k. jongensschool te Groenendijk overgeplaatst en 11 leerlingen naar de openbare school in de Molenstraat.

In 1923 wordt elektriciteit in de school aangelegd en in 1928 wordt de speelplaats verhard “vanwege de deplorabele toestand van het schoolplein”.

Meester Schelfhout. Zijn volledige naam is Desiré Theodoor Schelfhout, geboren op 19 december 1887 te Hontenisse.  In maart 1918 verhuist het gezin van Sint Jansteen naar Kloosterzande waar de onderwijzerswoning op het adres Groenendijk 32 betrokken wordt. Inmiddels is hun tweede zoon Kees geboren. In de jaren ’30 is hij voorzitter van de Bond van Wit- Gele- Kruis- verenigingen. Ook is hij collectant voor de parochie in de Sint- Martinuskerk. Voor de school houdt hij een kasboek bij. Met een kroontjespen en blauwe inkt  schrijft hij nauwgezet netjes tussen de lijntjes  er alle inkomsten en uitgaven in op. In klinkende munt betaalt hij de salarissen aan het onderwijzend personeel, voldoet nota’s per postwissel voor energie, water, telefoon, abonnementen en loonbelasting. Er wordt 20 cent verantwoord voor twee postzegels van 10 cent en zeven gulden en 50 cent  besteed aan een verfrissingcursus voor hem zelf, jufrouw Lenie van Laere en juffrouw Marie de Rijk. Op 19 maart 1950 wordt bij  A. de Waal- Verras op Groenendijk voor vier gulden     en 15 cent aan schoonmaakartikelen aangeschaft en twee gulden en 75 cent besteed voor het repareren van voetballen bij Richard Rademakers aan de Hulsterweg. Om de school te verwarmen worden er bij Fons Weesepoel op het Poolsplein die winter voor honderd tweeënnegentig  gulden en 72 cent kolen “opgedaan”. Op 5 december 1949 worden alle schoolkinderen getrakteerd bij het afscheid van meester Piet Kuijpers die naar de lagere Landbouwschool vertrekt in  de Cloosterstraat. Aan verversingen voor de schoolkinderen wordt bij die gelegenheid niet minder dan eenentwintig gulden en 97 cent uitgegeven….

Vanaf juni 1945 tot de zomer1948 woont er een toen 17-jarige Poolse jongen bij het gezin Schelfhout. Hij volgt ook onderwijs op de jongensschool. Zijn voornaam was Wladek. Hij leerde op Groenendijk vloeiend “Kloosters” te spreken. In de zomer van 1948 verlaat hij Kloosterzande om als burgerschrijver aan de slag te gaan op de Vliegbasis Woensdrecht, in dienst van het Ministerie van Defensie.

Het gezin Schelfhout telde zeven kinderen. Hoofdonderwijzer Desiré Theodoor Schelfhout overleed op 29 juli 1953 in Breda, 65 jaar oud.

Op 5 december 1930 wordt in de Zeeuwsche Koerier een bericht geplaatst door de bisschop van Breda dat luidt:

“Door Z.D.H. Mgr. Hopmans, bisschop van Breda is het volgende bepaald over zeedige kleeding in de school: “Om hoogst gewichtige redenen, welke door jarenlange soms treurige ervaring deugdelijk zijn gebleken, achten wij ons verplicht er op aan te dringen: 1. Dat de onderwijzeressen en alle meisjes in de school verschijnen met lange kousen en met kleeding afhangende tot de knieën, gesloten tot de hals en de armen bedekkend minstens tot aan den hals. 2. Dat de jongens lange kousen dragen en de bovenbeenen bedekt hebben minstens tot de knieën, zoodat de broek langer moet zijn dan tegenwoordig gebruikelijk”…….

De onderwijzerswoning Groenendijk 32. Het huis werd bewoond door de hoofdonderwijzers Desiré Theodoor Schelfhout, Alfred Fassaert en Jo Collet.

De Middelburgsche Courant van 8 augustus 1924 meldt het volgende:

DE KONINKLIJKE FAMILIE IN ZEELAND ( ingekort).

“Zoodra de Koninklijke auto’s te Kloosterzande (gem. Hontenisse) in ’t zicht kwamen, speelde de Harmonie St. Cecilia van Kloosterzande het Wilhelmus, dat door alle aanwezigen werd meegezongen. Vóór het Raadhuis werd Hare Majesteit door den burgemeester begroet en werd het gemeentebestuur met secretaris aan Hare Majesteit voorgesteld. Namens de gemeente Hontenisse werd aan Hare Majesteit door Wynanda van Leeuwe bloemen aangeboden. Van de kinderen der vijf lagere scholen ontving de Prinses bloemen, aangeboden door Jo Schelfhout, leerling der R. K. Jongensschool te Groenendijk, terwijl vier linten aan het bouquet bevestigd werden vastgehouden door Margaretha Adriaansens, leerlinge der R. K. Meisjesschool te Groenendijk, Francoisce Neeteson, leerlinge der openbare school te Kloosterzande, Anny Neve, leerlinge der openbare school te Lamswaarde en Albertine Colsen, leerlinge der R.K. school te Terhole.”

De H. Hart jongensschool was gevestigd op het adres Groenendijk 34. Vóór de school lag het schoolplein. Het plein werd door een muur gescheiden van de pastorietuin, en een sierhekwerk aan de straatkant. Tot het schoolplein behoorde een portiek dat toegang gaf  tot de dienstwoning voor het schoolhoofd en het patronaatsgebouw. Onder het portiek hing er bij de toegangsdeur een schoolbel.    Als die geluid werd moesten de kinderen op het schoolplein per klas  “twee aan   twee netjes in de rij”  gaan staan. Na een korte ruk aan de bel werden de klassen één voor één toegelaten tot het schoolgebouw. De school telde acht klaslokalen.    De vensters waren zo hoog geplaatst dat de kinderen er niet door naar buiten konden kijken. Elke klas telde vier rijen banken. In het schrijfblad zat een inktpot  afgedekt met een schuifje, die gevuld werd met blauwe Gimborn inkt. In het blad zat een gleuf om er je penhouder en potlood in te kunnen leggen. Je kon er ook je inktlap op kwijt. Een zijwand van het leslokaal was verfraaid met mooie schoolplaten van Cornelis Jetses.

Ter “Walvischvaart”

Ter “Ijspret”

In de eerste klas stond een groot leesbord met losse letters. Aan zesjarigen werd getracht de beginselen der lees en schrijfkunst aan te leren met een griffel en op een gescheurde lei. Het zwart schoolbord maakte ook deel uit van het meubilair waarop door de leerkracht met krijt geschreven werd om “tekst en uitleg” te geven.

Leesbord, jaren 1920, r.-k. jongensweeshuis Tilburg

In de tweede klas stond een rek met plankjes, een zogenaamde “tuimelaar”.Op de plankjes waren witte stippen aangebracht. Door de plankjes te “tuimelen”  verdwenen of kwamen er een aantal stippen tevoorschijn. Met behulp van dat instrument werd geleerd om sommen te maken “boven de tien”. Een kleurige landkaart van Nederland  met een “aanwijsstok”, maakte deel uit van de inventaris in de derde klas. Ons land telde toen elf miljoen inwoners en elf provincies waarvan alle plaatsnamen uit het hoofd geleerd moesten worden. ”Groningen – Hoogezand- Sappemeer,… Leeuwarden – Franeker,  – Stiens,’’ …. Assen – Smilde – Beilen” en zo verder. In het midden van het  klaslokaal stond een hoge kolenkachel die met vetkolen gestookt werd. Mieke Christiaanse, (“Kernulsen”) die tegenover de school woonde, zorgde er voor dat de kachels brandden in de wintermaanden. Elk halfuur sloeg de kerkklok waarmee het tijdstip van de dag gevolgd kon worden. In de jaren ’40 en ’50 telde de school zo’n honderdvijftig leerlingen. Jongens die van Kruisdorp, Walsoorden, Noordstraat en de Tasdijk kwamen bleven tussen de middag “over” om hun “stikken” op te eten die meegebracht werden in een knapzak. Zij kwamen meestal op de fiets die gestald werd op de boerderij van Thuur en Joos Kuijpers op Groenendijk. Die plek was te bereiken via de “binnendeur”, precies tegenover de Dreef. Een “hoepel” waarmee sommigen op een draf naar school liepen kon ook bij “Kuijp” geparkeerd worden. Een broer van hen was meester Piet  ”Kuijp.” Hij stond als onderwijzer voor de klas op de jongensschool. Nadat zes klassen doorlopen waren gingen de meesten naar het vervolgonderwijs in Hulst of Terneuzen. De klas was intussen al behoorlijk uitgedund door “zittenblijvers” die op 14-jarige leeftijd afscheid hadden genomen. Iemand die was blijven zitten werd ook wel een “plakker” genoemd. Een handvol leerlingen volgde daarna nog de 7e en 8e klas tot hun 14e jaar om dan zonder een diploma aan het werk te gaan. Dat de school in april1918 startte verklaart dat het zogenaamde overgangsrapport met Pasen uitgereikt werd, een traditie die tot het schooljaar  ’47-’48 in stand gehouden werd. De zaal van het patronaatsgebouw werd gebruikt als gymnastiekzaal. Hier vonden ook gemeenschappelijke activiteiten plaats zoals vergaderingen, cursussen, feestavonden, en toneelvoorstellingen. Regelmatig werd er ook een fancy fair gehouden waarvan de opbrengst  aan een missionaris geschonken werd die met verlof was en terugkeerde naar zijn missiepost. In 1954 werd de jongensschool verbouwd en deed daarna nog dienst tot het schooljaar  ’81-’82. In september 1987 werd de school gesloopt. In al de jaren dat de school heeft bestaan zullen meer dan tweeduizend jongens uit Kloosterzande en wijde omgeving de school bezocht hebben. Sinds  januari 1983 gaan de leerlingen naar  “Ter Duinen” aan de Oosthof 1 te Groenendijk.

Jos Schelfhout. Jos was de oudste zoon van het gezin Schelfhout. Hij werd geboren te Sint Jansteen op 26 november 1916. Medio jaren ‘30 stond hij als hulponderwijzer te Groenendijk voor de klas op de school van zijn vader. In augustus 1937 slaagde hij te Rotterdam voor zijn onderwijsbevoegdheid. Een maand later werd hij benoemd tot leraar voor gewoon lager onderwijs aan de ambachtschool te Hulst wegens ziekte van dhr. Peters. In juni 1938 behaalde hij de akte voor het L.O. aan de Gerardus Majellaschool te Dongen waarna hij met ingang van 16 september 1938 benoemd  werd als onderwijzer aan de r.-k.bijzondere school te Hengstdijk. In januari 1957 werd Jos benoemd tot lid van de Onderwijsraad. Hij was toen hoofd van een school voor uitgebreid lager onderwijs te Breda. Jos overleed in 2014 te Wassenaar op zevenennegentig jarige leeftijd.

Kees Schelfhout. Cornelis Eduardus (Kees) Schelfhout,  wordt geboren op 25 februari 1918 te Sint Jansteen. Hij is de tweede zoon van het gezin Schelfhout. In januari 1936 gaat Kees naar de kweekschool te Rolduc/Kerkrade waar hij in juni 1937 slaagt voor zijn onderwijzersbevoegdheid. Daarna volgt hij een opleiding  tot reserveofficier. In maart 1939 gaat hij rechten studeren aan de Katholieke Universiteit te Nijmegen. In mei 1940 wordt zijn studie afgebroken door de Duitse inval in Nederland . Als Nederland op 14 mei 1940 capituleert vertrekt hij op 28 juli 1940 samen met Theo Colsen uit Terhole en nog twee studenten vanuit Wissenkerke op Noord Beveland met een bootje naar Engeland om zich bij de geallieerden aan te sluiten. Via de Roompot wordt koers gezet naar het eiland Wight waar de boot motorpech krijgt. Door de stroming en de windrichting drijven ze naar de Franse kust waar ze door de Duitsers in de omgeving van Duinkerken gearresteerd worden. De vier Engelandvaarders worden overgebracht naar het Oranjehotel te Scheveningen. Door het Marinekriegsgericht worden zij veroordeeld tot twee jaar tewerkstelling, te ondergaan in het tuchthuis te Münster. Op 17 augustus 1942 wordt Kees vrijgelaten Bij de poort van het tuchthuis wordt hij door de Sicherheitsdienst opgewacht en    naar het concentratiekamp Sachsenhausen gedeporteerd. In het concentratiekamp worden dagelijks mensen doodgeschoten of opgehangen. Gevangenen, ook kinderen, moeten onder barbaarse omstandigheden werken in de nabijgelegen Heinkel vliegtuigfabriek in Oranienburg. Kees wordt aangesteld als jeugdblokoudste en kan er onderwijs geven aan een groep van ongeveer 200 jeugdige gevangen van verschillende nationaliteiten zoals Russen, Polen, Tsjechen, Hongaren en verder enige Fransen, Nederlanders en Belgen. Zij variëren in de leeftijd van 8 tot 16 jaar. Zijn ervaringen in het concentratiekamp zijn van grote invloed in zijn verdere leven.  In tegenstelling tot Theo Colsen, overleeft Kees het concentratiekamp. (zie verhaal 2.5).  In september 1945 hervat Kees zijn studie in Nijmegen  en behaalt in1948 zijn doctoraal. In1971 wordt hij staatssecretaris voor Onderwijs en Wetenschappen. Kees staat bekend als hoffelijk en buitengewoon deskundig. In augustus 1981 wordt hij benoemd tot buitengewoon hoogleraar in het onderwijsrecht aan de Rijksuniversiteit in Groningen. Kees wordt Koninklijk onderscheiden tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau en Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Hij overlijdt op 3 maart 1983 te  ’s-Gravenhage, 65 jaar oud.

(Van het verblijf in Sachsenhausen van Kees en de 17- jarige Poolse jongen Wladek,  verschijnt in mei a.s  een afzonderlijk verhaal).

DE SCHOOLBEL VAN DE JONGENSSCHOOL GROENENDIJK

Midden van de jaren1970 ontstaat het plan om op Groenendijk een nieuwe jongensschool te bouwen. Het  schoolhoofd van de H. Hartschool is Jo Collet geboren te Kuitaart. In 1979 wordt Kees Schelfhout, oud-staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen, uitgenodigd en gevraagd “om eens naar de plannen van de nieuwe school op de Groenendijk te komen kijken en hierover eens van gedachten te wisselen”. Kees is dan raadsadviseur op het departement. Aan de uitnodiging geeft hij graag gevolg. Tijdens zijn bezoek toont hij zich erg enthousiast over de nieuwbouwplannen. Omdat de jongensschool op termijn toch zou sluiten komt Jo Collet bij die gelegenheid op het idee de schoolbel van de H. Hartschool aan hem te schenken. Kees toont zich hiermee blij verrast en vereerd als die aan hem wordt overhandigd. Dat is niet alleen omdat zijn vader het eerste schoolhoofd van de school was maar omdat zijn broers als kind ook de school bezochten. Bovendien stonden zijn oudere broer Jos en zijn zus Maria er ook voor de klas. Als Kees in 1983 overlijdt komt de bel in het bezit van zijn broer Jos.

Op 27 mei 2008 meldt BN de Stem:

KLOOSTERZANDE  “ De koperen schoolbel uit 1918 van de voormalige Heilig Hartschool op Groenendijk in Kloosterzande krijgt een ereplek in de ‘nostalgische hoek’ van basisschool Ter Duinen, de opvolger van de vroegere jongensschool.

Directeur Edwin Kint van de school beloofde dat gisteren aan de 91-jarige Jos Schelfhout, die helemaal uit Wassenaar was afgereisd om de bel hoogstpersoonlijk te komen overhandigen. Schelfhout kwam op het idee de bel weer aan de school te schenken toen hij hoorde van het zilveren jubileum van Ter Duinen. Hij vertelde dat hij zelf ook nog onderwijzer was geweest op de Heilig Hartschool. In aanwezigheid van de kinderen van groep vier van Ter Duinen legde hij gisteren verder uit, dat de bel eigenlijk toebehoorde aan wijlen zijn vader, de eerste hoofdonderwijzer van de Heilig Hartschool. De keuze voor groep vier was geen toevallige, want in die klas     zit Luka Weemaes, een achterneefje van Schelfhout. Luka mocht de bel na de overhandiging aan directeur Kint als eerste luiden. In de ‘nostalgische hoek’ op Ter Duinen hangen ook foto’s van de oude school, en het houten letterbord dat in de jaren twintig werd gebruikt in de taalles.”

N.B.

Tussen april 1945 en juli 1953 (100 maanden) werd door deze jongen drie  keer per schooldag onder de bel doorgelopen om naar de klas toe te gaan. Meer als vijfduizend keer. Een record?

Ad Franken, januari 2016

Bronnen:
Krantenbankzeeland.nl
Delpher.nl
Schoolmeester Remery en het onderwijs in de 19e en 20e eeuw.
Het Land van Hulst, Ed Steijns en George Sponselee.
Amadeus Fruytier, Geschiedenis van Hontenisse.                                                                                                                                                                                                      
Met dank aan:
Jo Collet,Klooserzande, laatste schoolhoofd H. Hart  jongensschool Groenendijk.
Godfried Blaeke, directeur basisschool ’t Getij Kloosterzande.
Hermine Lernout-Marcelis Sint Jansteen.
Frans de Vijlder Leiderdorp.
Antoine Prinsen, archivaris Gemeentearchief Hulst.
André van Mieghem, Kloosterzande.
Marcel van Kampen, Walsoorden.